
Het GROW-Model: Complete Gids met 40+ Voorbeeldvragen
Het GROW-model is het meest gebruikte coachingsmodel ter wereld—en met goede reden. Het biedt een heldere structuur die werkt voor vrijwel elke coachingsvraag, van loopbaanbeslissingen tot persoonlijke ontwikkeling. In dit artikel leer je niet alleen wat GROW is, maar hoe je het meesterlijk toepast.
TL;DR: GROW staat voor Goal (doel), Reality (realiteit), Options (opties), en Will (wil/actie). Het model wordt door 78% van coaches wereldwijd gebruikt en verhoogt sessie-effectiviteit met gemiddeld 40%. De kracht zit niet in het rigide volgen van de stappen, maar in het bewust navigeren tussen de fases. Besteed 10% aan Goal, 40% aan Reality, 30% aan Options, en 20% aan Will.
Key Takeaways
- 78% van coaches wereldwijd gebruikt het GROW-model als primaire structuur — ICF 2023
- 40% effectievere sessies wanneer coaches een gestructureerd model gebruiken vs. ad-hoc
- 4 fases: Goal → Reality → Options → Will (maar niet altijd lineair)
- Sir John Whitmore ontwikkelde het model in de jaren '80 — standaardwerk: "Coaching for Performance"
- 10-40-30-20 is de aanbevolen tijdsverdeling over de vier fases
- Flexibiliteit is key: Het model is een kompas, geen kaart met vaste route

Wat is het GROW-Model?
GROW is een acroniem voor de vier fases van een effectief coachgesprek:
| Fase | Betekenis | Kernvraag |
|---|---|---|
| Goal | Doel | Wat wil je bereiken? |
| Reality | Realiteit | Waar sta je nu? |
| Options | Opties | Welke mogelijkheden zijn er? |
| Will | Wil/Actie | Wat ga je doen? |
De Geschiedenis
Het GROW-model werd ontwikkeld in de jaren ‘80 door Sir John Whitmore, samen met Graham Alexander en Alan Fine. Whitmore populariseerde het in zijn baanbrekende boek “Coaching for Performance” (1992), dat sindsdien meer dan 1 miljoen exemplaren heeft verkocht.
“Coaching is unlocking people’s potential to maximize their own performance. It is helping them to learn rather than teaching them.” — Sir John Whitmore, grondlegger van het GROW-model

De Vier Fases in Detail
Fase 1: Goal (Doel) — 10% van de sessie
Doel van deze fase: Helder krijgen wat de cliënt wil bereiken, zowel voor deze sessie als voor het bredere traject.
Waarom dit belangrijk is: Zonder duidelijk doel is coaching doelloos rondwandelen. De Goal-fase geeft richting aan alles wat volgt.
Pro tip: Maak onderscheid tussen het sessiedoel ("Wat wil je aan het eind van deze sessie hebben?") en het trajectdoel ("Wat wil je over 3 maanden bereikt hebben?"). Beide zijn relevant.
Voorbeeldvragen voor Goal:
- “Wat wil je bereiken vandaag?”
- “Als deze sessie succesvol is, wat is er dan anders?”
- “Wat zou je willen dat er verandert?”
- “Hoe weet je dat je je doel bereikt hebt?”
- “Wat is het allerbelangrijkste dat je wilt bereiken?”
- “Als je een toverstaf had, wat zou je dan veranderen?”
- “Welk resultaat zou je echt blij maken?”
- “Wat wil je over 3 maanden kunnen zeggen over dit thema?”
- “Hoe specifiek kun je je doel maken?”
- “Is dit doel binnen je invloedssfeer?”
Gebruik de SMART-doel maker om doelen concreet te formuleren.
Veelgemaakte fouten:
- Te lang blijven hangen bij het doel (meer dan 15% van de sessie)
- Geen concreet, meetbaar doel formuleren
- Het doel van de coach in plaats van de cliënt centraal stellen
Fase 2: Reality (Realiteit) — 40% van de sessie
Doel van deze fase: Volledig begrijpen van de huidige situatie, inclusief obstakels, eerdere pogingen, en onderliggende factoren.
Waarom dit de langste fase is: De meeste inzichten ontstaan hier. Door de realiteit grondig te verkennen, ontdekt de cliënt vaak zelf wat er speelt—voordat je überhaupt bij opties komt.
Voorbeeldvragen voor Reality:
- “Beschrijf de huidige situatie eens.”
- “Wat heb je al geprobeerd?”
- “Wat werkte wel? Wat werkte niet?”
- “Wie is er nog meer bij betrokken?”
- “Wat houdt je tegen?”
- “Hoe lang speelt dit al?”
- “Wat heb je al bereikt richting je doel?”
- “Op een schaal van 1-10, waar sta je nu?”
- “Wat zou er gebeuren als je niets doet?”
- “Welke aannames maak je over de situatie?”
- “Wat weet je zeker? Wat vermoed je alleen?”
- “Hoe beïnvloedt dit je?”
- “Wat zouden anderen zeggen over deze situatie?”
- “Wat is het moeilijkste aan deze situatie?”
Valkuil: Te snel naar oplossingen willen. Als coach wil je helpen, dus je brein schiet in "fix it" mode. Weersta die neiging. De cliënt heeft de antwoorden—jij helpt ze vinden.
Fase 3: Options (Opties) — 30% van de sessie
Doel van deze fase: Alle mogelijke opties verkennen, zonder direct te oordelen of te kiezen.
Waarom divergeren belangrijk is: De eerste optie die iemand noemt is zelden de beste. Door te blijven doorvragen (“Wat nog meer?”) komen creatievere en effectievere oplossingen naar boven.
Voorbeeldvragen voor Options:
- “Welke opties zie je?”
- “Wat zou je kunnen doen?”
- “Wat nog meer?”
- “Als geld geen rol speelde, wat zou je dan doen?”
- “Wat zou iemand die je bewondert doen?”
- “Wat is het tegenovergestelde van wat je nu doet?”
- “Welke optie spreekt je het meest aan?”
- “Wat zijn de voor- en nadelen van elke optie?”
- “Welke hulpbronnen heb je tot je beschikking?”
- “Wie zou je kunnen helpen?”
- “Wat zou je doen als je wist dat je niet kon falen?”
- “Welke kleine stap zou je morgen kunnen zetten?”
Pro tip: Blijf "Wat nog meer?" vragen tot de cliënt zegt "Ik kan niets meer bedenken." Vaak komen de beste ideeën als laatste, wanneer de voor de hand liggende opties uitgeput zijn.
Fase 4: Will (Wil/Actie) — 20% van de sessie
Doel van deze fase: Commitment krijgen voor concrete actie en obstakels anticiperen.
Waarom dit cruciaal is: Zonder actie blijft coaching een interessant gesprek. De Will-fase vertaalt inzichten naar gedrag.
Voorbeeldvragen voor Will:
- “Wat ga je doen?”
- “Wanneer ga je dat doen?”
- “Hoe zeker ben je dat je dit gaat doen? (1-10)”
- “Wat zou die score naar een 9 of 10 brengen?”
- “Wat zou je kunnen tegenhouden?”
- “Hoe ga je daarmee om als dat gebeurt?”
- “Wie ga je erbij betrekken?”
- “Wat is je eerste concrete stap?”
- “Hoe ga je je voortgang meten?”
- “Wanneer spreken we elkaar weer en wat wil je dan bereikt hebben?”

Case Study: GROW in de Praktijk
De cliënt: Marieke, 34, marketingmanager, overweegt een carrièreswitch naar coaching.
De sessie:
Goal (5 min): Coach: “Wat wil je aan het eind van deze sessie hebben?” Marieke: “Helderheid over of ik de stap naar coaching moet maken.”
Reality (25 min): Coach: “Vertel eens over je huidige situatie.” Marieke: “Ik werk al 8 jaar in marketing. Goed salaris, maar ik voel me leeg. Ik coach informeel al collega’s en dat geeft energie…”
(Coach verkent verder: Wat maakt coaching aantrekkelijk? Wat houdt je tegen? Wat heb je al onderzocht? Financiële situatie? Reactie van partner?)
Doorbraakmoment: Coach: “Je zegt dat je partner twijfelt. Wat zou hij zeggen als hij hier zat?” Marieke: ”…Hij zou zeggen dat ik altijd praat over coaching maar nooit iets doe. Dat ik mezelf saboteer door te analyseren in plaats van te proberen.”
Options (15 min): Coach: “Welke opties zie je om te ‘proberen’ zonder alles op te geven?” Marieke: (na doorvragen) “Ik zou een opleiding kunnen starten naast mijn werk. Of een sabbatical nemen. Of één dag per week vrijmaken…”
Will (15 min): Coach: “Welke optie spreekt je aan?” Marieke: “De opleiding naast mijn werk. Dat voelt als een stap die ik durf.” Coach: “Hoe zeker ben je dat je je gaat inschrijven? 1-10?” Marieke: “Een 7.” Coach: “Wat zou het een 9 maken?” Marieke: “Als ik het vanavond met mijn partner bespreek voordat ik mezelf weer uitpraat.”
Actie: Marieke zou die avond met haar partner praten en binnen een week twee opleidingen vergelijken.
Resultaat: 3 maanden later was Marieke gestart met een coaching opleiding en had ze haar eerste pro-bono cliënt.
GROW is Geen Rigide Protocol
Het Model is een Kompas, Geen Kaart
In de praktijk verloopt een sessie zelden netjes G → R → O → W. Je springt terug, je combineert fases, je volgt wat de cliënt nodig heeft.
Voorbeelden van flexibel gebruik:
- Tijdens Options komt nieuwe informatie naar boven → terug naar Reality
- Het doel blijkt halverwege niet het echte doel → terug naar Goal
- De cliënt heeft al duidelijke opties → minder tijd aan Options, meer aan Will
- Sterke emotie tijdens Reality → ruimte geven, niet doordrukken naar Options
Pro tip: Zie GROW als een checklist, niet als een stappenplan. Heb je alle vier de elementen geraakt in je sessie? Dan is de structuur compleet—ook als de volgorde anders was.
Wanneer GROW Minder Geschikt Is
GROW werkt uitstekend voor:
- Doelgerichte coaching
- Performance coaching
- Loopbaanvraagstukken
- Concrete problemen oplossen
GROW werkt minder goed voor:
- Diep emotioneel werk (overweeg reflectiemethodes)
- Trauma-gerelateerde thema’s
- Wanneer de cliënt “gewoon wil praten” zonder actiedoel
- Existentiële vraagstukken zonder concreet eindpunt
Voor een overzicht van andere modellen, zie coaching methodes en technieken.
Expert Inzichten
“GROW gives you a framework to ensure you cover the key areas, but it’s not meant to be followed robotically. The best coaches dance with the model.” — Sir John Whitmore, grondlegger GROW-model
“The magic of GROW is in the Reality phase. Most coaches rush to Options because it feels productive. But staying longer in Reality is where the real insights emerge.” — Tony Stoltzfus, Master Coach Trainer
“GROW is als een jazzstandard. Je kent de structuur, maar de magie zit in de improvisatie. De beste coaches kennen het model zo goed dat ze het kunnen vergeten.” — Dr. Steve Jeffs, MCC & Executive Coach
Veelgestelde Vragen
Wat betekent GROW in coaching?
GROW is een acroniem voor Goal (doel), Reality (realiteit), Options (opties), en Will (wil/actie). Het is een gestructureerd model om cliënten van probleem naar oplossing te begeleiden.
Wie heeft het GROW-model ontwikkeld?
Het GROW-model is ontwikkeld in de jaren ‘80 door Sir John Whitmore, samen met Graham Alexander en Alan Fine. Het werd gepopulariseerd door Whitmore’s boek “Coaching for Performance” (1992).
Moet je altijd alle stappen van GROW doorlopen?
Niet per se. Het model is een richtlijn, geen rigide protocol. Soms spring je terug naar eerdere fases of besteed je meer tijd aan één onderdeel. Flexibiliteit is key—zorg wel dat je alle vier de elementen raakt in je sessie.
Is GROW geschikt voor elk type coaching?
GROW werkt uitstekend voor doelgerichte coaching waar concrete actie gewenst is. Voor meer exploratieve gesprekken, diep emotioneel werk, of existentiële thema’s kunnen andere modellen beter passen.
Hoe verdeel ik mijn tijd over de vier fases?
De aanbevolen verdeling is 10% Goal, 40% Reality, 30% Options, 20% Will. De meeste coaches besteden te weinig tijd aan Reality en te veel aan Options. Reality is waar de inzichten ontstaan.
Conclusie: GROW als Fundament
Het GROW-model is niet voor niets de standaard:
✅ Eenvoudig — Vier fases die iedereen kan onthouden
✅ Effectief — 40% effectievere sessies met structuur
✅ Flexibel — Aanpasbaar aan elke situatie
✅ Bewezen — 78% van coaches wereldwijd gebruikt het
De kunst is niet het model volgen, maar het model kennen en er vrij mee kunnen dansen. Oefen, experimenteer, en maak het je eigen.
Sessies structureren met GROW?
Met Blooom leg je sessienotities vast per GROW-fase en houd je voortgang bij. Probeer 30 dagen gratis.
Start gratis trial →Verder leren:
- Oplossingsgericht coachen — Een aanvullende methodiek
- SCARF-model — Voor motivatie en weerstand
- Coaching vragen lijst — 70+ onderwerpen en vragen
- Coaching methodes overzicht — Alle modellen op een rij